Les Carnavals Rhénans (De Rijnlandse Carnavals)
De Rijnlandse Carnavals zijn het makkelijkst te herkennen. Oorspronkelijk uit de Oostkantons, maar tegenwoordig vindt men ze ook in de afgelegen dorpjes van de provincie Luxemburg.
Hier begint het feest in de maand november met carnavaleske bijeenkomsten van de broederschappen of gildes.
In januari neemt het aantal activiteiten toe, Carnavalshows (Kappensitzung) en gemaskerde bals volgen elkaar op. De fuifnummers beginnen de eerste tekenen van vermoeidheid te vertonen. Tijdens één van deze shows wordt Prins Carnaval van het volgende jaar aangesteld.
Dan volgt de Donderdag van de Vrouwen: hij gaat Mardi Gras (Vette Dinsdag) vooraf en kondigt het eigenlijke carnavalsfeest aan. Die dag hebben de vrouwen het voor het zeggen. Zij die met stropdas op straat durven te komen, worden onmiddellijk mikpunt van de toorn van de dames.
Zaterdag wordt voorbehouden aan de officiële ceremonies: de sleutels van de stad worden overhandigd aan Prins Carnaval. In de namiddag worden er gemaskerde bals georganiseerd voor de kinderen. ‘s Avonds nemen de ouders hun plaats in.
De maandag voor ‘Mardi-gras’ wordt ‘Lundi des Roses’ (Maandag van de rozen) genoemd. Een oude traditie bestond erin om papieren rozen te strooien langsheen het traject van de stoet. Het is meestal de meest feestelijke dag van carnaval. Praalwagens, fanfares, folkloristische groepen … trekken doorheen de straten. Prins Carnaval sluit op zijn praalwagen de stoet.
Mardi Gras kondigt het einde van Carnaval aan. De prins levert de stadssleutels weer in. De fuifnummers dansen een laatste rondedans alvorens ze hun thuis weer opzoeken.
Twee mooie voorbeelden: de carnavals van Eupen en van La Calamine.