De stroop: Een brokje geschiedenis.
De geschiedkundigen vinden vanaf de 17de eeuw sporen van het beroemde recept dat “van Luik” wordt genoemd.
In elke boerderij van de streek verwerkten de boeren een deel van hun fruitoogst tot een soort vloeibare pasta met een goudbruine kleur die zich goed liet bewaren. Het waren appelen en vooral peren van hoogstammen die gebruikt werden voor de productie van stroop.
De stroop werd eerst bewaard in houten emmers, en later in potten met een handiger formaat. Wanneer ze koel en droog werd opgeslagen, kon deze lekkernij tot 20 jaar na productie worden gegeten, zonder zijn smaak te verliezen. Een eigenschap die de stropen van nu nog steeds hebben.
Vandaag de dag resten er nog twee ambachtelijke ateliers, namelijk Thomsin en Charlier. Verder is er één semi-ambachtelijk, Nyssen, en één industriële stroopmakerij, Meurens. Al deze bedrijven liggen op het Plateau van Herve.