De bronnen van Spa
Spa is DE waterstad van de Ardennen. Niet alleen de infrastructuur om te kuren, maar ook de talrijke eeuwenoude bronnen getuigen hiervan. Zie hier de meest belangrijke, die een omweg waard zijn tijdens een leuke wandeling in de stad:
(de naam ‘pouhon’ duidt op een bron met ijzerhoudend water dat natuurlijk koolzuur bevat van het type van de Hoge Ardennen)
De Pouhon Pierre Legrand : De tsaar Peter de Grote kwam in juli 1717 naar Spa omwille van het water, omdat hij, volgens zijn Schotse arts maagklachten en galkolieken had.
De Pouhon Prince de Condé : Deze minerale bron is gekend sinds 1849, het moment waarop men ze is beginnen exploiteren voor de baden. Deze instelling (rue Dundas) dankte haar succes aan de Engelse dokter Thomas Cutler. Hij had aan het licht gebracht dat in de officiële badinrichting bedrog werd gepleegd door een emmer met rode modder te mengen in zoet water om de mensen te doen geloven dat het ging om mineraalwater.
In de Prince de Condé vindt men vooral mensen die ernstiger ziek zijn en die hun kuur erg nauwgezet volgen. De patiënt wordt er niet gestoord door nieuwsgierigen...
De bron van de Sauvenière en van Groesbeeck: Deze twee bronnen, die niet ver van elkaar liggen, waren lange tijd elkaars concurrenten.
Groesbeeck
Uit deze bron welt water dat pikant smaakt en zwavel- en ijzerhoudend is. Het zou koud en licht zijn voor de maag. De bron kreeg haar naam van baron van Groesbeeck, die in 1651 een nis liet bouwen om ze te beschutten. Men gaf haar de bijnaam « le Péquet », de naam van de jenever uit de streek. Ze dankt deze koosnaam aan het feit dat het water hier, net zoals de jenever, urineafdrijvende eigenschappen zou hebben …
In 1963 en 1964, heeft de toeristische dienst ze laten restaureren. Wapenschilden in witte marmer sieren het gebouw. Het linkse is dat van Beieren. Mooi in het midden, boven op de sierlijst prijkt het wapenschild van het prinsbisdom Luik.
De Sauvenière
Lange tijd enkel omringd door bos, bleef deze bron eeuwenlang een erg eenvoudige plaats. Haar ligging is erg aangenaam, omdat ze midden in een bos met schitterende wandelwegen ligt. Vermits ze vaak werd bezocht door priesters, monniken en religieuzen, had ze vroeger de bijnaam « de geestelijke bron ».
Vandaag is de bron bijna verlaten. Velen kennen haar geschiedenis niet, noch haar vroeger succes. Deze ‘Pouhon’ is nochtans één van de oudste van de streek en heeft massa’s dorstigen zien passeren.
De bron van de Géronstère: De graaf Conrad von Burgsdorff, militair en diplomaat, leed onder kwalen aan de galblaas, veroorzaakt door overmatig drankgebruik. Als gebruiker van de bron liet hij ze in 1651 beschermen met een marmeren nis en een koepel van gekapte steen die werd gedragen door vier zuilen in rode marmer. Velen vinden dit water niet lekker en catalogeren de smaak onder de noemer “rotte eieren”. In tegenstelling tot de andere ‘pouhons’, is het water hier niet transporteerbaar en moet het ter plekke worden gedronken.
In 1872 bouwde men een ijssalon. Het monument Von Burgsdorff werd op dat moment verplaatst naar de bron Enragée. In 1975 begon de toeristische dienst met de restauratie van het monument. Het café-restaurant werd ook vernieuwd. De architect besliste om de nis en de koepel terug te brengen naar zijn oorspronkelijke locatie, en plaatste ze opnieuw in haar oorspronkelijke, groene kader.
La Géronstère heeft dus opnieuw het oorspronkelijke uitzicht dat ze ongeveer twee eeuwen had gehad. Het is één van de mooiste bronnen van Spa. Ieder jaar in mei viert men in haar buurt de zegening van het bos.
De bron van Barisart: Ook dit is een ‘pouhon’. Heel vroeger was de Barisart de ultieme etappe in de ‘ronde van de bronnen’. Bij mooi weer verlieten de passagiers de koetsen aan de bron van de Géronstère en vervolgden ze te voet hun weg langs een riviertje. Er was een drinkbak voor zien voor de paarden te drenken.
Nadien werd ze gedurende lange tijd nog weinig bezocht, en in de negentiende eeuw werd ze zelfs volledig verlaten. De weg die er heen liep werd verwaarloosd, net zoals de twee cirkelvormige reservoirs rond de bron. Verstopt in een groene vallei, trok ze toch de aandacht van de Engelse dokter Thomas Cutler. In een boek vertelde hij hoe herhaalde bezoeken aan deze bron hem van zijn kwalen genazen. Onmiddellijk begonnen de mensen toe te stromen om zich te laven aan deze weinig gekende bron, in die mate dat de stad Spa ze de plaats moest aaleggen om het water van de bron zuiver te houden. Er werd een mooi paviljoen met een salon en een conciërgewoning opgetrokken. Wandelpaden, gazon, waterpartijen,… de Barisart kreeg het allemaal. Het paviljoen diende zelfs als café-restaurant. Het werd vervangen in 1972.
De bron van Tonnelet: De Tonnelet, die voordien, vanaf 1559 de Frayneuse werd genoemd, werd gebruikt in het begin van de zeventiende eeuw. Een gebouw, versierd met twee zuilen, beschermde de bron. Omdat ze vooral gekend stond om haar wormafdrijvende kwaliteiten, zag ze in de loop van de jaren haar populariteit dalen. In 1815 werden de baden van de Tonnelet nog redelijk veel gebruikt, maar het feit dat ze vrij veraf lagen schaadde hen zo fel dat ze vanaf het ogenblik dat men in Spa een badhuis had gebouwd, vergeten werden. Het gebouw dat de bron beschermde raakte in verval. Er was geen enkel bijgebouw waar me kon schuilen, en de zachte aarde rond de bron maakte het gevaarlijk om er naar toe te gaan. Vandaag de dag omvat een gebouw uit 1894 de bron. U vindt er een restaurant en verschillende glazen ronde gebouwtjes.
De bron dankt haar huidige naam aan de waterstralen in de vorm van een ton die opbruisen uit de bodem van het reservoir. Deze stralen zijn groot en krachtig. Het water is er zeer koud.